Gina Vodegel / Juweliersfamilie
Martens, "Kernzaken" Centrum Management Maastricht BACK to
Writing Affairs
![]() | ![]() | ![]() |
|
De vele facetten van juweliersfamilie Martens Ongeveer 100 jaar geleden verhuisde horlogemaker Jean Martens van Sittard naar Maastricht. In 1904 werd aan de Maastrichter Brugstraat nummer 20 horlogerie-bijouterie Martens-Kleijnen geopend, genoemd naar Jean en zijn wederhelft. In 1939 kwam een broer van Jean, goudsmid Pie Martens óók naar Maastricht en besloot in dezelfde straat een zaak te openen. Dat werd het pand opmnummer 30. De zoon van Pie nam de zaak over, gaf er zijn naam (Pierre Martens) aan en inmiddels zijn het de kleinkinderen van Pie die er het juweliersvak uitoefenen. In 1907 verhuisde Martens-Kleijnen van nummer 20 naar nummer 16 waar het tijdperk voor volgende generaties werd ingeluid. Twee zonen van Jean kozen ook voor het vak, Sjef werd horlogemaker en Leon goudsmid. Sjef nam de zaak van zijn ouders over en Leon begon voor zichzelf aan de Stationsstraat. Vanuit het "niets" begonnen heeft Leon Martens Juwelier in de loop der jaren een gedegen reputatie opgebouwd en mag de zaak zich tot de top 5 juweliers binnen Nederland rekenen. Zoon Luud volgde in zijn vaders voetsporen, is goudsmid en naast de vestiging in de Stationsstraat is er een tweede zaak in de Stokstraat geopend. Terug naar Sjef die de zaak van zijn ouders overnam. Geschiedenis herhaalt zich, want twee van zijn kinderen werden horlogemaker en gingen de juweliersbranche in. Paul Martens nam na het vroege overlijden van vader Sjef de zaak aan de Maastrichter Brugstraat over en is een paar jaar geleden gestopt. Broer Jean begon voor zichzelf aan de Muntstraat en koos in de traditie van zijn grootvader voor een dubbele naam, Martens van Lijf. Na 22 jaar is hij een van de weinige écht zelfstandige ondernemers in de straat. "Het aantal zelfstandigen is naarmate de jaren verstreken inderdaad gedaald. Het straatbeeld wordt nu mede bepaald door filialen en franchise-ondernemingen. Dat was wel anders toen wij hier begonnen, net als mijn oom Leon overigens, "met helemaal niets". Omdat ik de vierde Martens zou zijn met een juwelierszaak en dat voor de mensen misschien wat verwarrend zou kunnen werken, hebben wij gekozen voor Martens van Lijf, naar mijn vrouw Ans die net als ik uit een ondernemersfamilie komt. Nu mijn broer gestopt is, ben ik de enige Martens van onze lijn die werkzaam is in de juweliersbranche. Martens-van Lijf richt zich op het middensegment van de markt. Voor ons is het belangrijk dat wij zorg en aandacht aan de klant kunnen besteden. Al kun je je afvragen of dat niet ouderwets is in een samenleving waar zien=kopen soms binnen luttele minuten kan." Een antwoord lijkt echter besloten in drie kleine doosjes die Jean Martens van zijn klanten gekregen heeft. Het zijn oude doosjes waar vroeger sieraden en zakhorloges in verpakt werden. Op de dekseltjes in zwart-wit de etalages van horlogerie-bijouterie Martens-Kleijnen afgebeeld. Opa Jean kijkt in miniatuurvorm vanuit de deurpost over het bureau, zó in de zaak van zijn kleinzoon. Alsof hij met trots over zijn erfgoed waakt. |